Artikel OVAM nieuwsbrief september 2017

15-09-2017

10 jaar VLABOTEX: complexe bodemsanering en herontwikkeling gaan hand in hand

Het aantal Vlaamse droogkuisbedrijven waar gechloreerde solventen (VOCl) als reinigingsmiddel in het droogkuisproces worden of in het verleden werden gebruikt is groot. De bodem ter hoogte van de meeste voormalige droogkuislocaties is vervuild met historische verontreiniging. Omdat VOCl bovendien relatief slecht oplosbaar zijn in het grondwater en zwaarder zijn dan water verspreidt het zich gemakkelijk tot grote diepte. Bodemonderzoek en -sanering van VOCl is zeer duur en uitermate complex waardoor tot 2007 op dit vlak in de droogkuissector en daarbuiten zo goed als geen initiatieven werden genomen en geen resultaten werden geboekt. VLABOTEX toont intussen aan dat bodemonderzoek en -sanering van VOCl wel een technisch en financieel haalbare kaart is geworden.

Vanuit de Federatie van de Belgische Textielverzorging (FBT) werd in 2007 VLABOTEX (Vlaams Bodemsaneringsfonds voor de Textielverzorging) opgericht om de probleembezitters organisatorisch en financieel te ondersteunen. VLABOTEX is sinds 14 september 2007 door de Vlaamse Regering erkend als bodemsaneringsorganisatie.

Saneringsplichtige probleembezitters konden tot 30 juni 2015 in ruil voor een forfaitaire bijdrage bij VLABOTEX aansluiten. VLABOTEX staat vervolgens in voor het uitvoeren en financieren van de volledige bodemsaneringsprocedure. Een 200-tal sites zijn aangesloten bij het fonds. Deze dienen allen tegen 2036 onderzocht en gesaneerd te worden.

Per euro bijdrage vanwege de saneringsplichtige kent de Vlaamse Regering één euro subsidie toe. Dankzij deze uiterst noodzakelijke subsidieregeling en de knowhow van VLABOTEX worden complexe en dure bodemonderzoeken en -saneringen financieel en technisch haalbaar.

Zeker voor VOCl-verontreinigingen is bodemonderzoek en -sanering een ingewikkelde materie. VOCl worden als één van de meest uitdagende verontreinigingen beschouwd en tot voor kort konden zeer weinig bodemsaneringen succesvol afgerond worden. Elk terrein heeft een specifieke bodemopbouw en elke VOCl-verontreiniging gedraagt zich hierin op zijn eigen karakteristieke manier. Bovendien moet men rekening houden met de toegankelijkheidgraad van de verontreinigde zone. Een verontreiniging middenin een dorpskern, zal technisch gezien op een andere manier gesaneerd worden dan eenzelfde bodemvervuiling op een braakliggend terrein. De keuze van een saneringstechniek hangt af van vele factoren: de bodemopbouw, de VOCl-verontreiniging zelf (hoeveelheid, diepte, verspreiding, afbraak, ...), de te bereiken terugsaneerwaarden, de technische en financiële haalbaarheid, de aanwezigheid van infrastructuur en bebouwing, veiligheidsrisico’s, enz... VLABOTEX stelt ook vast dat veel kernzones zijn ontstaan via lekkende riolering wat tot gevolg heeft dat veelal het openbaar domein nabij deze riolering verontreinigd is. Deze zones zijn zeer uitdagend naar onderzoek en sanering toe ten gevolge van de aanwezigheid van vele nutsleidingen, de rijbaan en het voetpad alsook aangrenzende woonhuizen.

VLABOTEX beschikt over de nodige knowhow en de juiste mensen om iedere problematiek zo doeltreffend mogelijk aan te pakken met een maximale kans op slagen. Dossier per dossier wordt de meest geschikte saneringstechniek toegepast.

VLABOTEX heeft reeds meer dan 100 beschrijvende bodemonderzoeken uitgevoerd en een 55-tal bodemsaneringsprojecten opgemaakt. Tot op vandaag werden 20 bodemsaneringen succesvol afgerond en zijn meer dan 20 bodemsaneringen in uitvoering. Vele locaties hebben intussen een nieuwe bestemming gekregen (appartementen, woningen, kantoorruimte).

VLABOTEX en OVAM: een voorbeeld van een geslaagde samenwerking

VLABOTEX vertolkt als enige bodemsaneringsorganisatie in Vlaanderen een pioniers- en voorbeeldfunctie. VLABOTEX wil een kwaliteitsreferentie zijn voor een succesvolle aanpak van uitdagende en complexe saneringen en creëert toekomstperspectieven voor haar leden.

De samenwerking met de OVAM verloopt zeer vlot en constructief. Op regelmatige basis wordt een technische overleg georganiseerd met de dossierhouder van de OVAM waarbij de strategie en resultaten van beschrijvende bodemonderzoeken alsook de saneringsvisies en de voortgang bij saneringswerken worden besproken. Ook de bottlenecks bij bodemonderzoeken en -saneringen, de haalbaarheid van afperkingen of technieken of (on)realistische saneringsdoelstellingen komen aan bod. De OVAM ondersteunt VLABOTEX ten volle, o.a. bij informatieverstrekking aan buurtbewoners, organisatie van buurtvergaderingen, aanwezigheid op werfvergaderingen,… Dit steeds met een open geest en een wil om oplossingen te zoeken want laat ons eerlijk zijn: bodemonderzoeken en -saneringen van VOCl-verontreinigingen in stedelijke omgeving blijven een boeiende maar zeer uitdagende oefening.

De werking van VLABOTEX wordt door de probleembezitters en andere actoren als zeer positief ervaren. Fondsenoprichting kan een nuttig instrument zijn voor andere sectoren. De OVAM is dan ook momenteel bezig om de mogelijkheid voor bodemsaneringsorganisaties in andere sectoren af te toetsen.

De focus van VLABOTEX ligt op herontwikkeling van sites

VLABOTEX doet alle nodige inspanningen bij het faciliteren van de herontwikkeling van voormalige droogkuissites zodat ze een nieuwe bestemming kunnen krijgen.

Ontgraving van de kernzone is veelal de meest doeltreffende saneringsmethode. Via ontgraving neemt men de verontreiniging in een kort tijdsbestek in haar geheel weg waardoor langdurige in-situtechnieken worden vermeden. Vermits de Vlaamse bodems veelal gekenmerkt zijn door moeilijke doorlaatbaarheid en sterk wisselende bodemlagen, bieden in-situtechnieken bovendien een onzeker saneringsrendement met kans op rebound en dus geen sluitende garantie op succes.

De keuze voor ontgraving kan echter alleen op sites die braakliggend zijn en deze vormen op elk moment een kleine minderheid. Verspreid over de voorbije 10 jaar heeft VLABOTEX gemerkt dat er in het kader van herontwikkeling op vele sites op een bepaald moment toch opportuniteiten opduiken naar ontgraving toe. Op basis van deze ervaring vraagt VLABOTEX daarom jaarlijks aan de aangesloten saneringsplichtigen, aan de betrokken gemeenten en aan Aquafin of zij grote bouw-, wegen- of rioleringswerkzaamheden plannen op of aangrenzend aan de verontreinigde zone. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat VLABOTEX een bodemonderzoek of -sanering moet opstarten op een terrein of stuk openbaar domein waar net een nieuw wegdek, voetpad of grote grondwerkzaamheden werden uitgevoerd. VLABOTEX streeft naar een win-win situatie door de bodemsaneringswerken maximaal af te stemmen op eventuele andere grote (infrastructuur)werken. Bij een goede communicatie vooraf kunnen zo bijvoorbeeld ontgravingen in kader van bodemsanering geïntegreerd worden in bouwwerken in kader van herontwikkeling. Omdat graafwerkzaamheden op zich flink wat overlast met zich kunnen meebrengen, kan op die manier de hinder en ergernis voor alle partijen en omwonenden tot een minimum beperkt worden.

Case Brugge – geslaagde herontwikkeling

VLABOTEX voerde in Brugge een bodemsanering succesvol en vlot uit, mede dankzij de uitstekende communicatie en samenwerking met de private projectontwikkelaar en de OVAM.

Zoals meestal is ook deze site gesitueerd in stedelijk gebied. Na het slopen van de gebouwen wilde de eigenaar een winkel- en kantoorcomplex oprichten.

De bodemproblematiek zorgt hierbij vaak voor vertraging. Niet zelden ontstaan er dan stadskankers. Niemand kan of durft initiatief nemen en de grond ligt er tientallen jaren verwaarloosd bij. Het kan echter ook anders. Daar is de site in Brugge een uitstekende illustratie van.

Voor deze site bedroeg het saneringsvolume maar liefst 12.110 m³. De kernzone werd circa 8 maanden intensief behandeld via bodemlucht- en hoogvacuümextractie. Daarvoor werden een 100-tal filters geïnstalleerd. In totaal werd daarbij 1.205 kg solvent verwijderd.

Om de restverontreiniging te verwijderen werd gekozen voor gestimuleerde biologische afbraak of bioremediatie door middel van de injectie van een koolstofbron. Hiervoor werd een tankwagen vol melasse in de bodem geïnjecteerd (20.000 l melasse). De filters werden nagespoeld met proper leidingwater ten behoeve van de verdringing (verspreiding) van de koolstofbron in het grondwater en om verstopping van de filters te voorkomen. Er werd gebruik gemaakt van dezelfde filters en leidingen als voor de kernsanering. Efficiënt gebruik van middelen dus en beperkte hinder.

Omdat er voortdurend heel open gecommuniceerd werd, lukte het om de verschillende fases van de uitvoering vlot op elkaar te laten aansluiten en praktische problemen en eventuele veiligheidsproblemen op te lossen. Toch moesten de diverse partijen vaak flexibiliteit tonen in hun manier van werken. De succesvolle samenwerking met de OVAM en andere actoren stond garant voor een stadsontwikkeling die in harmonie verliep. Intussen kreeg deze site een herbestemming als kantoren- en winkelcomplex.

Via deze link vindt u een overzicht (foto's + korte toelichting) van een 27-tal VLABOTEX-sites die na de bodemsaneringswerken werden/worden herontwikkeld dankzij een geslaagde integratie van bodemsaneringswerken met een bouwproject.